Geplaatst door Clockwork op 16-12-2010
Een artikel met een vergelijkbare kop (maar dan Engelstalig) veroorzaakte eind september 2010 voor nogal wat opschudding in de internationale webprofessionals-wereld. Het betoog van Cameron Chapman is inmiddels op verschillende andere manieren verwoordt en houdt in dat het Web -zoals wij dat nu kennen- straks niet meer bestaat: content en data worden straks op veel verschillende manieren geconsumeerd. De website als voornaamste verschijnings- en interactievorm van en met content en data houdt op te bestaan. En daarmee ook de rol van de webdesigner.
Cameron constateerde zelf ook al: “elke twee weken duikt er wel ergens een artikel op waarin wordt gespeculeerd over de toekomst van het Internet. Sommigen vermoeden dat het Internet over 15 jaar meer van hetzelfde biedt, op een andere manier. Waarbij dat ‘andere’ nooit concreet wordt omgeschreven… Anderen speculeren op een toekomst waarin de zaken zo radicaal verandert zullen zijn, dat we het nu nog amper kunnen voorstellen hoe. De waarheid is natuurlijk dat niemand van ons precies weet hoe het Internet er uit zal zien over 10 of 15 jaar.”
En dat klopt natuurlijk als een bus. 15 jaar geleden schreef Clifford Stoll voor Newsweek zijn toen beroemde maar nu vergeten betoog “The Internet? Bah!” Met de veelzeggende ondertitel “Hype Alert, Why Cyberspace Isn’t, And Will Never Be, Nirvana”. In dat artikel beschrijft hij een hoop zaken als volstrekt kansloos. Zaken die wij tegenwoordig als de normaalste van de wereld beschouwen. Het leven van een toekomstvisionair gaat zelden over rozen…
Voor webprofessionals is een veranderend Internet natuurlijk een belangrijk iets. Het bepaalt de toekomst van ons vak. Het heeft direct impact op onze betekenis als adviseur voor onze klanten. Het is noodzakelijk dat wij begrijpen welke effecten die veranderingen teweeg gaan brengen. Voor onze broodwinning en voor de manier waarop we dat doen. Wat dat betreft is ons vak ook een mooi vak: wij worden telkens gedwongen onze professie opnieuw uit te vinden. Die dynamiek geeft energie.
Het is tegelijkertijd heel lastig om de veranderingen te voorzien en te duiden. Toch zijn er een aantal ontwikkelingen te signaleren die veelzeggend zijn. Cameron benoemt deze ook. De toekomst is volgens velen aan content en data. Ongeacht de manier waarop wij die consumeren en ongeacht de manier waarop wij daarmee interacteren. Met mobiele devices als voornaamste aanjager van deze ontwikkeling is er een veelheid aan (web)apps ontstaan die toegang tot en interactie met content en data mogelijk maakt zonder dat wij de websites waar deze content (ook) staat nog hoeven te bezoeken. Dit geldt in de breedte: van zakelijke applicaties tot en met entertainment.
Maar het zijn niet alleen applicaties die de noodzaak tot websitebezoek op de helling zetten. Ook verschillende apparaten in en om ons huis halen data van Internet zonder dat er een website in zicht is. Google TV haalt videocontent van het Net zonder een website te raadplegen. Onze navigatiesystemen halen filedata via het Net binnen, etc. De stroom nog te ontwikkelen apparaten zal deze beweging alleen maar verstreken. Herinnert u zich de al lang voorspelde koelkast nog die op basis van uw consumptiepatroon zelf een boodschappenlijst maakt? Wellicht dat hij ooit gaat komen. Maar dan waarschijnlijk wel in een variant die rekening houdt met de actuele aanbiedingen van de supermarkten…
Als het beroep op data en content door zowel (web)apps als allerhande apparaten toe gaat nemen, zal enerzijds de behoefte aan content-aggregators toenemen en anderzijds zal het belang van de wijze waarop de content en data zich (re)presenteren aan de eindgebruiker afnemen. En dat laatste aspect is nu typisch het domein van webdesigners. Ter verduidelijking: veel apps en devices hebben de presentatielaag namelijk ingebouwd. Dit heeft als voordeel dat de content uniform wordt aangeboden (vlakke leercurve voor eindgebruikers en een eenduidige, geïntegreerde gebruikservaring) en dat er minder data verstuurd hoeft te worden (bandbreedte/laadsnelheid-voordelen). Alleen de content hoeft nog ‘over de lijn’ of ‘door de lucht’. De interfacing is in de (web)app of device ‘ingebakken’.
Wie die aggregators zullen gaan worden via welke belangrijke content en data-stromen gaan lopen is lastiger te voorspellen. Natuurlijk ontwikkelt Google zich onmiskenbaar in die richting. Met belangen in telefonie/tablets (Android), televisie (GoogleTV), search, OS (Chrome OS), browser, webapps is de ontkoppeling van het bedrijf van ‘het Web’ volop gaande. Daarnaast is Google ook een zeer actieve en vaak zelfs leidende partij in de totstandkoming van nieuwe Internet-regels en –technologie. Het is niet ondenkbaar dat de toekomstige zoekmachine van Google de gezochte content ook toont binnen de site van Google zelf. Ontdaan van advertising en andere ‘irrelevante’ content. Een andere club is Facebook. Binnen deze social omgeving wordt veel verschillende content ook binnen de Facebook-omgeving gehouden. Een YouTube-film wordt op Facebook geplaatst en uw contacten bekijken deze daar ook. Andere potentiele kanshebbers voor een machtige content-aggregator-rol zijn Microsoft en Yahoo.
Natuurlijk zal er altijd ruimte zijn voor innovatieve start-ups. Hen zal echter vaak het toekomstbeeld beschoren zijn, dat wij nu al vaak zien: snel opgekocht door één van de power-players om daar de positie van die partij verder te versterken. Of: roemloos ten onder omdat de innovatie niet tijdig een kritische massa wist te realiseren. Wat overigens niets zegt over de potentie en intrinsieke waarde van de innovatie… That’s life. Slechts een uitzonderlijke enkeling zal er in slagen om uit te groeien tot invloedrijke, nieuwe speler online. Het is op dit moment vrijwel ondoenlijk om te bepalen waar de ruimte voor die nieuwe innovators ligt. Vermoedelijk zijn initiatieven in de hoek van de ‘locatie gebaseerde diensten’ het meest kansrijk momenteel. Evenals diensten die ‘losser’ zijn van het Internet en meer verweven met dagelijkse activiteiten.
Hoe dan ook: volgens velen (aanhangers van de Splinternet-theorie, medestanders van Cameron Chapman) zal de rol van ‘de website’ afnemen door voornoemde ontwikkelingen. De functie van content en data gaat de vorm er van overheersen. Het boeit straks niemand meer hoe een website er uit ziet als alle content via APIs te ontsluiten en te integreren is… De meerwaarde van de vormgeving van (wep)apps is dan hooguit het onderscheid tussen ‘goed’ en ‘minder slecht’. De toekomst lijkt dan vooral aan developers en minder aan designers. Of gaan we dan vergelijkbare fouten maken als in de begindagen van het Web? Toen we nog niet doorhadden dat content de onderscheidende factor kon zijn in de gebruikerservaring en –waardering?
Is de toekomst niet aan een hybride functionaris die development én design weet te combineren zodat vorm en functie samen bijdragen aan het realiseren van businessdoelen? We constateerden al: ‘never a dull moment’ in deze tak van sport!
Door: Wim Andrea
Blijf automatisch op de hoogte van de nieuwste ontwerpen, cases, vacatures en nieuwsberichten via Twitter: http://twitter.com/webdesignnl Lees het volledige bericht
Laat ons u dan overtuigen van de voordelen die wij u bieden. Gemakkelijk uw doelgroep bereiken en onder de aandacht komen? Laat uw werk voor u spreken of ga op zoek naar talent op Webdesign.nl. Lees het volledige bericht
Clockwork is een van de oudste online communicatiebureaus van Nederland. In de 15 jaar dat wij nu actief zijn, hebben wij ons van bouwer van de allereerste generatie websites en -applicaties getransformeerd naar full service digital agency.